<                                               Inhoud                                           >


Voortzetting discussie Energie Akkoord                       

  Aan:

Afd. Windenergie
ECN  Petten
T.a.v. M. Hekkenberg

Monnickendam, 17 oktober 2013


Geachte heer Hekkenberg,

De afdeling windenergie ECN is het niet eens met de strekking van de brief, die door ons, elf wetenschappers, aan minister Kamp is gestuurd is.  Op de website van het ECN staat het antwoord op onze brief. Daarna heeft u nog een aanvulling gestuurd aan mevr. Van Tongeren.
Wij merken op, dat zowel het antwoord als de aanvulling ons via een omweg moesten bereiken.
Deze brief is een antwoord op beide teksten.

Voor wij hier op ingaan is het van belang om eerst de positie van het ECN ten opzichte van windenergie en de windindustrie vast te stellen. Hierover meldt de website van ECN:

In de waardeketen voor windenergie wordt vooral geïnvesteerd door energiebedrijven en projectontwikkelaars van windparken. De ECN proposities richten zich op integraal ontwerp, beheer en bedrijf van windparken en sluiten daarmee goed aan bij deze trend. Vanuit het Nederlandse TKI Wind op Zee is de ambitie om een kostprijsdaling gerealiseerd te worden van 40% in 2020 door innovatie, schaalvergroting, verbetering van de efficiëntie en verlaging van het risico.

Wij werken voor een groot aantal klanten die actief zijn in de hele keten van windenergie. Daarnaast werken we mee aan diverse nationale en internationale onderzoeksprogramma’s. 

Uit dit letterlijke citaat blijkt, dat de afdeling windenergie een dienstverlener is voor de windindustrie, maar dan dreigt levensgroot:       “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.”

Hoe neutraal zijn de adviezen van de afdeling windenergie aan de overheid?

A. Het ECN en wind op land.

Het ECN stelt in antwoord op ons verwijt, dat een capaciteitsfactor van 40% op land niet haalbaar is:

Als de bestaande turbines een productiefactor (CF) van 22% zouden hebben, hebben nieuwe turbines geen productiefactor van 40%, maar van 37% nodig – omdat 500 MW aan oude turbines extra wordt vervangen door nieuwe turbines.”

Ons antwoord hierop is:  Een capaciteitsfactor van 37% is op land nog nooit gehaald.
Verlagen wij de CF van 37% naar een nog steeds zeer optimistische 30%, dan wordt de totale productie 14% lager. Volgens de gevoeligheidsanalyse van het CBS vermindert dit de inkomsten met  840 miljoen euro, zodat de berekeningen van het CPB tot veel te optimistische uitkomsten leiden.

Wij signaleren hier een overschatting van de toekomstige prestaties van wind turbines. Dit duidt eerder op de stellingname van een promotor van  de wind industrie dan op die van een onpartijdig onderzoeksinstituut.

B. Het verweer van het ECN tegen de 19 miljard.

1. Men stelt, dat men de extra effecten van het Energieakkoord tot 2020 heeft doorgerekend.

Vraag: Wat is het oorspronkelijke plan en wat zijn die extra effecten?

Het Energieakkoord heeft als doelstelling 14% duurzaam in 2020 en 16% duurzaam in 2023. Het jaar 2020 is alleen ingelast als tussenstation omdat men inziet, dat 16% in 2020 niet haalbaar is. Dit betekent, dat het doel van het Energieakkoord in 2023 bereikt moet worden, niet in 2020.
De doelstelling van het Energieakkoord is om in 2023  6 GW op land en 4,5 GW in zee te hebben staan. Dit betekent, dat alle investeringen, die daartoe bijdragen, meegeteld moeten worden in de kosten van het Energieakkoord.  De totale investeringen in wind op zee zullen dan gerekend naar het prijsniveau van Gemini 19 miljard euro bedragen.
Dit is een factor 5 hoger, dan het getal, waar het EIB rapport op grond van gegevens verstrekt door de afdeling windenergie van uitgaat.

2. De kostenreductie.

In de tweede brief schetst u de prijsontwikkeling van wind op zee met de volgende grafiek, waarbij opvalt dat getallen langs de assen ontbreken

Let wel: Hier staan geen gegevens, maar alleen een scenario, dat niet getoetst is aan de werkelijkheid.












Hierover stelt de brief:

De toekomst zal weliswaar nooit geheel te voorspellen zijn. Maar de aanpak van de briefschrijvers, waarbij niet geverifieerde kosten van een enkel project  (Gemini) als maatgevend worden beschouwd voor de toekomstige kostenontwikkeling, is niet een robuuste aanpak.”

(cursivering van ons).
Het is altijd beter om de feiten te laten spreken. De gegevens van Gemini zijn ontleend aan de cijfers zoals gepubliceerd door het bouwconsortium.
Een pagina van de EWEA (European Wind Energy Association) geeft bovendien een overzicht van de kosten per MW geïnstalleerd op zee in de periode 2001 tot 2008.)
Dit overzicht aangevuld met wat recente gegevens levert het volgende diagram:



De feitelijke kostenontwikkeling geeft geen enkele aanleiding om in de nabije toekomst een kostenreductie te veronderstellen. Toekomstige molens zullen in dieper water en verder van de kust komen te staan.

Dit werkt kostenverhogend. 

Zie hiervoor een interview met de ontwikkelaar van Gemini de heer Dirk Berkhout (Volkskrant, 12 oktober 2013).




Onze conclusie is:

De toekomst zal weliswaar nooit geheel te voorspellen zijn. Maar de aanpak van de afdeling windenergie waarbij niet geverifieerde modellen als maatgevend worden beschouwd voor de toekomstige kostenontwikkeling, is geen neutrale aanpak,

3. In het antwoord op de website staat:
“De suggestie van ‘gekleurde informatie’ verwerpt ECN evenwel.”
Op grond van de hier besproken punten en de geciteerde teksten van de website van  ECN met betrekking tot de taakopvatting van de afdeling windenergie blijft onze conclusie:

De suggestie van” gekleurde informatie” wordt helaas door de feiten bevestigd.”

Wij hadden graag een andere conclusie getrokken en wij hopen, dat de afdeling windenergie door deze discussie zich beter bewust wordt van zijn verantwoordelijkheid ten opzicht van de gemeenschap, die toch een groot deel van de onderzoeksgelden verschaft.

Namens de “elf”

Fred Udo


Kopie aan:

Mevr R. Klever, lid Tweede Kamer

Dhr. R. Leegte,  lid Tweede Kamer

Mevr L. Van Tongeren, lid Tweede Kamer

Prof. C.A. de Lange, lid Eerste Kamer.

Dhr M.  Zuidema Economisch Instituut Bouw


<                                               Inhoud                                           >